![]() |
|
Spaces home anna coudenysProfileFriendsBlogMore ![]() | ![]() |
|
July 11 den ermanVakantie. Een warm woord vol heldere klinkertjes. Je kan het je alleen nog herinneren, hoe het was, dat zorgeloze zomergevoel van vroeger, en wat je er allemaal mee deed, het ene dikke boek na het andere opsmikkelen, eindeloze fietstochten maken naar nergens… Ik ging ook dolgraag logeren, “op logement” heette dat. Met een klein bruin valieske dat harde ijzeren sloten had waaraan ik mijn vingers bezeerde als ik ze liet openklappen. Met een pyama en een verse onderbroek erin, een leesboek, een zakdoek en een tandenborstel. Ik was een klein voyageurke, een weekje bij mijn bomma bijvoorbeeld en straffe koffie met veel melk en suiker drinken, “stutjes met smoet” eten, en de heerlijkste macaroni met kaas en hesp ter wereld. In de voorplaats, bij het groene griezelige borstbeeld van norse Beethoven, loerden we samen vanachter de voilekes urenlang naar de straat waarin niets gebeurde maar dat deerde me niet, het was een avontuur om ergens anders te zijn en je heel anders te voelen.
De waanzinnigste logeerpartijen echter waren voorbehouden aan het pittoreske plaatsje “Hoboken bij Antwerpen” alwaar mijn tante G een kast van een huis had met majestueuze marmeren trappen en rommelige, ongebruikte ruimtes vol voorgoed vergane glorie. Via een paadje in een streepje tuin waar geen boom of bloem het waagde te groeien omdat nonkel er intens met DTT tegenaanging om toch die patatjes van eigen bodem een kans te geven, kwam je terecht in een heus brei-atelier met vervaarlijke machines voor het volautomatische breiwerk dat enkel nog aaneengeflanst hoefde te worden door de blauwgeschorte naaistertjes in het achterkamertje, vinnig en vingervlug, ze naaiden zoals ze praatten, snipsnapsnop, bitsig en snel in een volkomen onbegrijpelijke bibberpudding van plat Antwaarps en dubbelzinnige opmerkingen waaraan ik zo snel mogelijk wilde ontsnappen. Want achter dat ateliertje, daar begon het Paradijs. Een stoffig steegje waar alleen maar garages en bouwvallige koterijen op uitkeken. Braakliggende lappen grond, enkele ruïnes, een bouwwerf, kortom, de ideale speelplaats voor de massa loslopende kinderen uit de overbevolkte buurt, er hoorde ook een mongooltje bij met gigantische hoofd dat opeens opdook en je heerlijk aan het schrikken kon maken. De buurjongens die mij als buitenlands exootje op sleeptouw namen en beschermden, toonden me een heerlijke nieuwe wereld. Ze leerden me de plaatjes van Edith Piaf en de Beatles kennen, en natuurlijk de Pebbles, want die hadden hun repeteerruimte in één van de garages in dat eigenste steegje van ons en dus hingen we uren in de buurt rond in de hoop een glimp van hen op te vangen, luid zingend van Seven horses in the sky, yeah!
We konden ons aan een roestige nagel bezeren en tetanus opdoen, het mongooltje kreeg al eens een emmer water over zijn hoofd, de plaatjes krasten en er zat ongelooflijk veel suiker in de limonade, niemand wist ooit waar we rondhingen en zolang we maar tegen zes uur aan tafel verschenen was er niets aan de hand. Een gezonde, deugddoende vakantie was het, tussen het puin van vervallen wijken, ademloos drijvend op het roet van Metallurgie Hoboken dat de gevels zwartkleurde, en alles verpakt in een soundtrack van nieuwe, machtige muziek, Allez venez, Milord, It’s been a hard day’s night en de jongen van de overkant die vroeg of ik zijn lief wilde zijn, dat kon, dan hield hij af en toe mijn plakkerige hand in de zijne en deelde hij zijn snoep met mij en mocht ik bij zijn mama thuis een limonade komen drinken, ik herinner me verdorie zelfs zijn naam nog, den Herman maar dan zonder H, wat zou er van hem geworden zijn? Droomde hij ervan muzikant te worden zoals die beroemde Pebbles die hem ’s nachts uit zijn slaap hielden met hun duivels gedonder, of is het toch de Metallurgie of de scheepswerven geworden?
vleugeltjes voor de zielDit moet ik toch even aankondigen... June 25 boterhammekes voor de zielToen we thuiskwamen, kreeg de vaatwas kuren. Eerst weigerde hij halsstarrig zijn ecologisch verantwoord brokje en daarna bleef hij koppig stilstaan bij het douche-icoontje. We lieten wijselijk zijn deurtje dicht zodat we niet meteen hoefden geconfronteerd te worden met zijn volle vieze stinkende buikje en wat we daar allemaal zouden moeten uit halen, ooit, van plakkerige borden en beduimeld bestek en soepkommen met versteende vermicelli. Ooit. We konden kiezen wanneer. Ooit. En die dag is nog niet aangebroken.
Dat was wel een heel aards einde van een hemelse namiddag even weg van de wereld. Een eindeloos uur ondergedompeld in een universum dat ik als magisch blijf ervaren Een universum waarvan ik de taal niet spreek, tot mijn grote verdriet. Het liep fout toen ik een jaar of vijf was en trots als een pauwtje vooraan in de kleuterklas « te lourdes op de bergen » mocht staan zingen. Hoera, wat was ik blij, wat had ik er een zin in ! Ik kweelde erop los met dat ongebreidelde enthousiasme eigen aan een kind dat zich nog niet gestoten heeft aan de grenzen van de volwassen normen en waarden. Die dag had ik prijs. Na mijn volgens mij zeer geslaagde optreden, schudde zuster Depreciata heftig het hoofd. « Zo vals als een… » clichéde ze zwaarmoedig en gaf me een rode vier op tien voor de moeite.
Ja hoor, ik zing nog in de auto en onder de douche, en speel bij wijlen een goed potje luchtgitaar, maar het liefst van al laat ik me gretig onderdompelen in de wonderlijke sferen die echte levende muzikanten weten te creëren en sta ik in mateloze bewondering voor iedereen die de taal spreekt die voor mij eeuwig een raadsel zal blijven.
Vorige zondag was het er weer. Zo’n zeldzaam moment buiten tijd en ruimte maar toch intens hier-en-nu. De ingrediënten : één minzame topmuzikant, twéé etudes voor cello van Bach en bijbehorende cello’s.
Waar, wie, wanneer ? Juist. Ik heb nooit begrepen waarom mensen hun geheime adresjes zomaar te grabbel gooien. Allen daarheen ? Nee toch.
Dat ene hotelletje in de Caraïben waar je met de krokodillen kan gaan dansen terwijl faunen op de panfluit spelen, hoe zal dat eruit zien nadat je het uitbundig in de krant hebt geadverteerd als de place-to-be ? Zijn volgend jaar alle kroko’s tot sjakossen omgetoverd en zijn de faunen feeksen geworden ? Nee, doe mij maar een groot bord geheimzinnigheid en een extra portie «dit is van mij »-gevoel. Lekker egoistisch, elitair, enggeestig, everzwijn – en die mag er enkel bij omdat hij ook met een e begint, net als eerzuchtige eekhoorn overigens, wat me eraan herinnert dat ik zopas een inspirerende debuutroman las die mij nu noopt tot zinnen schrijven als : « naaktslakken flaneren over je hersenschors en laten een slijmspoor van verwarring achter… », heerlijk toch, dat woorden zo tot de verbeelding kunnen spreken en op hun beurt voor gevleugelde momenten mogen zorgen, dus misschien is het toch zo erg niet dat ik geen pianiste geworden ben of drummer in een free-jazz band. Ik heb het over Vlucht van Tom Marien. Daarmee heb je toch nog een geheim adresje van mij cadeau gekregen.
En dat andere adresje ? Je mag er mij altijd heel lief naar vragen onder vier ogen…
June 10 opvoeden« Kss, » zeg ik, « rotkat, je weet toch dat je niet mag binnenkomen! » Witje (die halfzwart is) kijkt me aan alsof ze het in Keulen hoort donderen (nu ik deze uitdrukking heb neergeschreven, kijk ik er stomverbaasd naar : in Keulen, donderen ?) Echter, indien ik niet oppas, speelt dit hele blogje zich tussen haakjes af en heb ik nog geen letter gespendeerd aan het onderwerp dat de titel van dit stukje siert : opvoeden ! Geef toe, een serieuzere titel kan je al niet bedenken op een zonnige lentedag, onder de schaduw van een welwillende doch ernstige eik die in vroegere tijden zonder weerga heilig zou zijn verklaard geweest geworden wegens zijn/haar uitstraling die niet anders dan inspirerend te noemen is.
Opvoeden. Mijn oude kat met legendarisch rotkarakter, Witje, is niet op te voeden. Ik kan haar echter conditioneren om als ik naar haar kijk even niet te doen wat ik wil dat ze niet doet, zoals Sneeuwtijger (die wel binnen mag, hoe onrechtvaardig kan het leven zijn) komen pesten en haar etensbakje leegvreten en haar een fikse krab geven. « Stop ermee, » zeg ik tegen Witje, « verdorie toch, hoeveel keer heb ik je het al gezegd? » « Stop ermee, » zeg ik tegen mijn oudste dochter die bijna examens heeft en dus de neiging vertoont gillend door het huis te rennen en nog meer turven van boeken te lezen dan anders terwijl er toch gestudeerd moet worden, immers: je komt nergens als je niet heel precies weet in welke eeuw de cro-magnon mens geboren werd of hoe de kont van een kikker eruit ziet.
Opvoeden dus, en wat het precies betekent.
Meer dan de helft van de tijd lijk ik bezig met het conditioneren van mijn katten, eh, ik bedoel kinderen. Doe dit niet, doe dat niet, doe dit wel, doe dat wel, dit zijn de regels van het spel ! Afwas, afruimen, afdrogen, africhten. - Al dat opvoeden, niet gemakkelijk hé mama ? - Nee, jongste dochter, zeg dat wel. Ik heb zelf het gevoel dat ik nauwelijks aan de opvoeding van mezelf ben begonnen of nu moet ik het met jullie proberen. - Waarom mag ik dan geen ijsje ? - Omdat elke dag ijs ongezond is. Eet een banaan. - Maar waarom niet ? - Omdat…ik heb het je al gezegd ! - Is dit nu opvoeden ? - Zoiets, ja. - Dus we moeten weten dat elke dag een ijsje eten ongezond is. - Eh, ja. - Goed, ik weet het. Is genoteerd om nooit meer te vergeten. Krijg ik nu een ijsje ?
In de weide mekkert mama schaap. Zij heeft bruine wol, haar lammetje is een witje, helemaal wit dan, in tegenstelling tot Witje-poes. Het huppelt achter haar aan, gehoorzaam, naar een groener dan groen plekje gras. Want mama weet het beter.
Peuter niet in je neus en zeker niet in die van iemand anders. Lieg niet, doe geen ergernis, eert steeds vader en moeder.
Wat betekent opvoeden eigenlijk ? Tonen hoe je zelf bent, met al je zwakheden en sterktes? Tonen hoe het soms misschien wel en af en toe helemaal niet moet? Je best doen en hopen dat je kind dat onthoudt, later, veel later, met haar eigen kinderen? « Je oma ? Ja, een beetje een zot mens, schrijven schrijven schrijven en dat was het beste moment om een ijsje te vragen. Ja, ja zei ze dan, en laat me nu nog even verder werken.»
Opvoeden. Tja. Rotkat! Zit je weer binnen?
May 07 rugzakje - voor WSVandaag wisselde ik van gedachten via mail - wat een wonderbaarlijke uitvinding toch - met een collega-auteur aan de andere kant van het land. Hij had net Onrustvlinder uit en had vragen, zei hij. Hij niet alleen. Vreemd, schreef ik hem terug, hoe ik weer eens tot de conclusie gedreven word dat geen lezer ooit het boek leest dat ik bedoeld had te schrijven. Ook al schrijf ik het zo precies mogelijk neer - of toch bijna-precies want woorden kunnen nimmer helemaal de beelden die in mijn hoofd leven beschrijven - dan nog vindt elke lezer er iets anders in.
"Laten we deemoedige kinderen worden en lezen wat er staat," schreef hij me. Moeilijk? Nee, misschien zelfs onmogelijk. Want dan moeten wij, volwassenen, ons rugzakje afdoen. Dat persoonlijk rugzakje dat ooit, in die verre kindertijd, heerlijk leeg aan de schouders hing te bungelen maar nu ... juist: volgepropt met edelstenen, puin en pareltjes die labels als opvoeding, ervaring of emotie dragen. Dat rugzakje heb ik natuurlijk ook, of moet ik onderhand dat verkleinwoordje weglaten? En met dat ding op de rug schrijf ik boeken. Ik kan me niet voorstellen hoe het zou zijn om het zonder te doen. Zou ik wel nog schrijven? Of gewoon in het lentegras flierefluitend naar de wolken liggen staren? Of misschien is schrijven wel precies een manier om in dat rugzakje te kijken en er af en toe iets uit weg te gooien zodat het wat lichter weegt en er plaats is voor een kilo pluimpjes in plaats van een kilo lood?
In onrustvlinder zit een raadsel dat ik nooit echt als raadsel bedoeld heb. Nee, het was eerder bedoeld als een soort samenzwering tussen mezelf, mijn lezers en mijn personages. Zo van: we weten wel beter, maar we spelen het spelletje mee. Tot op het einde. Tot voorbij het einde zelfs. Sommigen vragen dan ook wanneer er een vervolg komt. Nooit, vertel ik hen. Het vervolg mag je zelf schrijven. In je gedachten, puttend uit je eigen rugzakje. Schrijver dezer reist verder, kan niet blijven stilstaan op haar pelgrimstocht van boek naar boek, naar een nieuw en geheel ander literair avontuur waarmee ik door mijn eigen grensjes breek. Met rugzakje en al.
May 01 train of thoughtBoven de traphal van een zij-ingang van het grauwe doolhof dat Brussel Centraal heet, hing een opschrift 'Lose Your Train of Thought', geen graffiti van een overjaarse hippie met heimwee naar '68 maar een officieel lijkend bericht in wat ooit nette witte letters waren. Het station wordt gerenoveerd, de laatste restanten van de belettering zijn weggekrabd, enkel hun schaduw blijft nog over. Komen ze ooit nog als nieuw en helderwit terug of worden ze definitief geschrapt wegens achterhaald, niet meer van deze tijd?
Lose Your Train of Thought...soms heb ik zo veel te schrijven dat mijn pen de tgv van mijn gedachten onmogelijk kan bijhouden.
Ik wilde het onder andere over schrijven hebben en het waarom en hoe en dat schrijven als ademen is en ik het dus zal blijven doen zolang mijn hart klopt ook al is er altijd te weinig tijd voor en daarmee samenhangend dat andere ding dat het leven van een schrijver pas echt comfortabel kan maken, dat vierletterwoord dat ik hier maar terzijde laat, mijn hart klopt, ik adem, ik schrijf.
Ik wilde het onder andere over de robinia in de tuin hebben, die eindelijk, eindelijk in groene botten is uitgebarsten. Ooit heeft hij er tot half mei over gedaan voor hij besloot dat hij toch nog zin had in het leven. En nu ook weer: ondanks alle aanmoedigingen van: je kan het, je kan het, zag hij er tot nu behoorlijk dood-achtig uit.
Ik wilde het hebben over die bedelaar in datzelfde station, een van de velen. Hij was anders. Hij stond in een hoekje en hield zijn hoofd gebogen en strekte zijn hand uit, latrecht. Een lege hand. Hij was het moe om mensen te proberen in de ogen te kijken. Wie een bedelaar in de ogen kijkt, erkent zijn bestaan.
Ik wilde het hebben over magische plekken in je leven. Plekken die je nooit vergeet omdat daar Iets gebeurde, een inzicht, een lichtflits, een glimlach, een blik van herkenning. Geen plekken zoals dat vuile hoekje in het station, of wel soms?
Na het werk nog naar de supermarkt. Karretjes in vijfde versnelling. Maandag, de diepvries moet gevuld voor de hele week. Uitgeputte schoolkinderen zeuren om suikergoed. Winkelbediendes gooien zakken chips in de rekken met de verbetenheid van een kortsluitende robot. Door de luidsprekers murmelt opeens dat prachtige duet tussen Peter Gabriel en Kate Bush. Whatever may come and whatever may go, that river's flowing...
Don't give up. Voor de robinia in de tuin, voor de bedelaar op de hoek, voor...
April 15 Proeven van onwetendheidDieppaarse donderwolken trekken samen boven de hoofdstad. Het piepkleine parkje is één en al vijver. Een kudde meeuwen is net neergestreken, doet hard alsof ze op zee zit en jaagt de plaatselijke eendenkolonie de oever op. Daar ligt een overdaad aan taai stok- en andere broden op hen te wachten ondanks de tientallen bordjes "verboden te voederen". De eenden hebben geen honger. Ik moet aan Lambik denken, in die ongeëvenaarde openingsscène van "De apenplaneet": hij komt een broodjeszaak binnen en bestelt er ééntje zonder hesp. Maar dat hebben ze niet meer, zegt de verkoopster, en of eentje zonder kaas ook goed is?
Geen apeninvasie maar die dieppaarse dreiging boven onze hoofden zorgt ervoor dat de weinige wandelaars de bankjes ongemoeid laten. Een enkel bankje is maar bezet. Een dun, modieus meisje zit er op de leuning een streep in haar billen te creëren, haar voeten op de zitting van de bank. Naast haar staat een dunne, modieuze jongen. Ze babbelen lacherig en net als ik voorbij komt geeft de jongen het meisje plagerig een fikse tik tegen haar wang. Ze kan ermee lachen. Nu nog wel.
Dan vallen de eerste druppels. Ze herscheppen het wateroppervlak tot een kunstwerkje. Duizenden zich steeds hernieuwende kringetjes uitdeinend vanaf een perfect druppelhart, botsen tegen elkaar aan, onophoudelijk hetzelfde maar toch steeds anders. Zou het wateroppervlak weten wat regen betekent? Of zou het zich afvragen waar ze toch vandaan komen, die plotse pletsende puntjes op zijn huid? De regendruppels, weten zij het? Vragen zij zich af, eenmaal op het wateroppervlak geland, hoe ze daar ooit gekomen zijn en waarom, waarom toch, en waarom ze willens nillens ophouden? Herinneren zij zich de wolken nog?
Later, veel later, rijd ik langs de omgevallen beuk. Hij hangt al maanden schuin en dood tegen een omheining aan en is langs alle kanten afgezaagd, klaar om helemaal versneden te worden. Op de snijrand van zijn stam zie ik nu groene twijgjes verschijnen. Veel vrolijke groene twijgjes.
Een druppel zoekt zijn weg naar de wolken.
April 06 Open brief aan de leerlingen van SASK 4Beste lezers en lezeressen
Verplichte literatuur! Het doet me denken aan mijn lang vervlogen schoolgaande dagen. Mij maakte het toentertijd niet veel uit, ik las toch letterlijk ALLES, alhoewel… ik heb er toch een hartgrondige hekel aan Ward Ruyslinck van overgehouden, de arme man (Wie is me dat nu weer?) Nooit ofte nimmer zou ik toen gedroomd dat sommige van mijn boeken die eer van verplichte lectuur ooit te beurt zouden vallen. Eer? 't Is hoe je 't bekijkt, natuurlijk. Als "verplicht" betekent dat je na een boek van mij nooit meer iets van die Coudenys in je pollen neemt, dan vind ik dat maar een vergiftigd cadeau want dan kan ik hier nog zo hard staan roepen dat al mijn – tot nu toe 6 - boeken anders zijn en boek zes helemaal niet op boek vijf lijkt en boek vier al helemaal anders is dan boek drie of twee of één. Dan zou ik jullie lieve leraar Nederlands aanraden toch maar weer Ward Ruyslinck op het menu te zetten. Die is al stokoud dus gedissecteerd worden zal hem niet veel pijn meer doen.
Onmogelijk voor mij om op al jullie vragen en commentaren op Yaka Mama een antwoord te geven. Vaak heb ik het antwoord zelf niet, want mijn boeken schrijven nu eenmaal simpelweg zichzelf. Ik mag de pen vasthouden en in mijn teletijdmachine kruipen om vervolgens ergens heen te reizen, uit te stappen en vol verbazing rond te dwalen. Ik was al in de verre toekomst met Goudmens en maakte daar een groene maar wrede wereld mee, soms reis ik niet zover en vang ik mijn verhalen op in deze eenentwintigste eeuw zoals in Wilde Lucht, soms duik ik echt heel diep het verleden in zoals zopas met Onrustvlinder waar het wijzertje van mijn machientje opeens op 1469 bleef staan en ik in een thriller terechtkwam waar geen hedendaagse tv-serie ooit aan kan tippen. Altijd voel ik me een ontdekkingsreiziger en een avonturier en is zo’n boek schrijven een enorm spannend evenement.
Natuurlijk heb ik graag dat ook het lezen van mijn boeken een avontuur is. Niet altijd een “gemakkelijk” avontuur, dat geef ik grif toe. Ach ja, genoeg gemakkelijks in de wereld. Gemakkelijk vind ik persoonlijk synoniem voor saai. Een beetje uitdaging, een beetje veel uitdaging, laat maar komen! Nee dank u aan de eenheidworst die overal hetzelfde smaakt!
Maar goed, terug naar Yaka Mama. Toen ik uit mijn teletijdmachine stapte, zag ik een wereld die mij vreemd was. Een wereld waar zoiets als “pubers” niet bestond. Je was kind, daarna was je volwassen. Punt. Daartussen niets. Kinderen moest je zien en niet horen, dat was de boodschap. Ze moesten ook niet te veel weten, dat was niet goed voor hen. Bovendien was ik in Belgisch Congo beland en daar was het al helemaal ingewikkeld. Zwart en blank, ze leefden niet zonder problemen samen.. En dan is er die heel vreemde politieke situatie van de “independance” waar niemand kop noch staart aan kreeg , zelfs de politici niet. Geen mens die kon voorspellen wat er precies zou gaan gebeuren, en het heeft lange tijd geduurd eer men zelfs wist wannéér. Tot de bom barstte.
Mijn personages zitten vast in het keurslijf van die geschiedenis. Ik had ze er zo graag uit willen bevrijden en bijvoorbeeld dolgraag Stientje laten bevriend worden met Victoire. Maar dat lukte langs geen kanten, iemand met het karakter en de achtergrond van Stien kon nooit bevriend raken met een zwart meisje. Nooit. Magda wel. Maar met Magda loopt het slecht af…. Ik was er ook niet gelukkig mee toen Adam teruggevonden werd. Tot op het laatste moment ben ik blijven hopen dat het misschien zijn broer zou zijn, zijn broer die er ongeveer net zo uitziet. Maar toen zag ik de krokodil in zijn hemdzakje zitten. Die krokodil heb ik nog steeds. Hij is eens lelijk gevallen en heeft daardoor flink wat van zijn tanden verloren, maar hij staat op mijn bureautje naast de driekoppige asbak waarin meneer Vandesande sadistischweg zijn sigaren uitduwde. De foto van dat meisje dat in de Lac verdronk, kan ik ook meteen te voorschijn toveren, samen met die van Benoît, van pater Remy…. Het meisje heette niet Magda maar haar ouders zijn het verdriet ook nooit helemaal te boven gekomen.
Veel volwassenen die in Congo zijn geweest, zijn me na het lezen van Yaka Mama komen vertellen dat het precies zo was als ik het beschreef. En dat ze bijvoorbeeld Monsieur Henri nog gekend hadden. Daarom heb ik vooraan in het boek laten zetten dat alle personages fictief zijn. Dat is ook zo. Maar toch was ik heel blij dat al die mensen van alles in mijn boek herkenden, dat wil zeggen dat het “echt” lijkt en daar ben ik trots op. Want ik ben zelf nooit in Belgisch Congo geweest. Behalve met mijn teletijdmachine natuurlijk. Handig. En niet moeilijk in elkaar te flansen. Je hebt er alleen verbeelding voor nodig.
Ten slotte: Dank jullie wel voor het heel aandachtig lezen van mijn boek. Het vele uitpluiswerk en kritische commentaar neem ik er graag bij want daar leer ik zelf ook heel wat van. Maar boeken zijn er ook om gewoon van te genieten…
Tot schrijfs!
Anna March 25 SeppeNa weer zo’n intens boek voel ik me precies als een spion met een moeilijke maar geslaagde opdracht achter de rug. Dan moet er gedebrieft worden, zoals dat in spionagetermen heet. Ik herinner me hoe ik na Yaka Mama volop Afrika rook en heimwee had naar de moambe die ik nooit gegeten heb en de nachtelijke tamtams die ik nooit bij volle maan heb horen roffelen in de brousse . Hoe ik iedereen wilde vertellen dat een glas Cola in 1960 in Leopoldstad echt wel vijf frank kostte en andere onbenullige wetenswaardigheden waar mijn hoofd propvol van zat. Mijn favoriete liedje dat mijn gemoed toen perfect weergaf was Bar Tropical van Johan Verminnen, een kind uit de tropen, een kind zonder land…
Met Onrustvlinder is het al even heftig gesteld. Ik ben in de middeleeuwen geweest, ik heb er rondgelopen en taai reigervlees geproefd op een hoofs banket bij de Adornes en van dat veel te zure gruutbier gedronken in een goor kroegje dat de De groene papegaai heet en waar de waard wel eens het bier met water durft aan te lengen tot grote ergernis van zijn vaste klanten. In dat kroegje zit Seppe vaak. Soms zit de geheimzinnige Luigi naast hem. Joris, een van de eerste lezers, zei me gisteren dat die Luigi toch niet echt sympathiek is, en daar moet ik hem gelijk in geven. Luigi leeft met een doem boven zijn hoofd, met de wetenschap dat hij elk moment voorgoed kan verdwijnen als de Vloek hem overvalt. Dat maakt hem arrogant en kribbig en wispelturig en intens. Seppe houdt van Luigi, dat staat buiten kijf. Hij hoopt dat het ook omgekeerd zo is, maar daar is hij niet-nooit zeker van. Luigi heeft Seppe immers nodig. En is nodig hebben een teken van liefde? Heeft Seppe Luigi nodig? Impliceert houden van ook nodig hebben?
Ik denk niet dat Seppe daar ooit bij stilgestaan heeft. Voor hem staat de loyaliteit aan zijn vriend buiten kijf, wat er ook gebeurt. En toch slaagt hij erin, precies door dat vanzelfsprekende en natuurlijke gedrag, zichzelf te blijven en zichzelf niet te verloochenen. Het komt wel goed met Seppe, uiteindelijk. Zelfs als Luigi definitief zou verdwijnen, zou hij toch weer op zijn pootjes terecht komen. Zou. Verdwijnt Luigi? Kan hij de Vloek overwinnen? Ik vraag het me nog steeds af…
March 24 AdornesToen ik het beroemde schilderijtje van Petrus Christus zag, van dat strak kijkende meisje in veel te donkere tinten voor haar leeftijd, niets vrolijks, niets fleurigs maar een en al georchestreerde ernst en rijkdom, wist ik meteen dat zij Lowyse Adornes was. Ze was duur gekleed, peperduur. Modern en vooruitstrevend, kledij die ook voorkomt op de schilderijen van Memling, een kunstenaar die enkel de hoogsten en rijksten van Brugge en omstreken vereeuwigde. Een façade, dat gezichtje van haar. Wat ging er achter schuil? Een leven in een gigantisch gezin, op het ogenblik van mijn verhaal is het dertiende kind op komst, een vader die zowel edelman, diplomaat, ridder als bedrijfsleider was en veel geld nodig had om zijn status te onderhouden. Een religieus man ook, fanatiek religieus voor onze tijd maar “doodnormaal” voor de tijd waarin hij leefde, hoe religieuzer je was, hoe “beter”. En Anselm Adornes, Lowyses vader was een van de besten op alle vlakken.
Als je hem wil ontmoeten, ga dan naar de Jerusalemkerk in Brugge. Zijn geest waart er nog steeds rond, na meer dan vijfhonderd jaar. Je komt hem tegen van zodra je de deur opendoet. Het is er schemerdonker, ook op de stralendste zomerdag. Doe enkele stappen en huiver bij het aanblik van zoveel religieuze somberheid. Doe enkele stappen en je botst op zijn graf. Je ziet hem liggen, koninklijk gebeeldhouwd in de traditie van de grootse vorsten van die tijd. In zijn kist vind je echter niet zijn botten terug. Nee, enkel zijn hart is ooit bij zijn dood overgebracht uit Schotland en in zijn doodskist gestopt, naast het gebeente van zijn vrouw die enkele jaren eerder overleed en hem zestien kinderen baarde, waarvan er twaalf overleefden. Anselm Adornes stierf een gewelddadige dood, en ook dat past in de beste Edele traditie. Ga eens kijken, toe dan, doe die deur open. Je zal niet lang blijven, niemand blijft lang, maar misschien net lang genoeg om de sfeer van de familie Adornes in Onrustvlinder op te vangen.
Maar ik wou eigenlijk over mijn favoriete personage in het boek schrijven, Seppe, straatjoch en trouwe vriend van Luigi de Vervloekte. Dat is dan voor de volgende keer.
March 07 naweeënHoe het voelt? Moeilijk te omschrijven. Alsof je iets kwijt bent en tegelijk gewonnen hebt. Er is een citaat van GB Shaw dat ik nooit zal vergeten, het komt uit Major Barbara, een draak van een toneelstuk dat we ooit moesten opvoeren aan de universiteit en waarin ik een meisje van het leger des heils (in uniform!) mocht spelen dat een klap in het gezicht kreeg van een lompe dronken bruut en precies drie zinnetjes te piepen had en dan mochten we ons gelukkig prijzen want de studenten van het vorige jaar hadden een toneelstuk moeten opvoeren waarin de meisjes als verdomde amazones verkleed over het toneel moesten huppelen, aangezien het een katholieke universiteit was en meer dan 25 jaar geleden niet met de borst bloot maar toch met behoorlijk wat overtollig wit vlees te zien dat hen in slechtzittende pakjes en met dodelijke belichting op vrouwelijke holbewoners deed lijken. Nee, dan een uniform van het leger des heils! Het citaat dus, uit Major Barbara: “you’ve learned something and that always feels like you’ve lost something.” Zo is dat ook met boeken af hebben.
Deze week kreeg ik namelijk het Eerste Exemplaar van Onrustvlinder in handen. Of beter, de postbode (op brommertje, met sigaret in mondhoek) dumpte haar (ja, dit boek is een meisje) in de blauwe bak aan de voordeur die als brievenbus dienstdoet bij gebrek aan brievenbus, handig, zo kan de man ook zijn grote boodschappen kwijt zonder te hoeven aanbellen, en daar vond ik haar dus, met een blinkende, blinkende rode kaft, en ze stond propvol letters die zichzelf schijnbaar geschreven hadden maar die me vaag bekend voorkwamen. Meer dan tweehonderd bladzijden letters. Aangezien mijn naam op de kaft stond en mijn snoezig smikkeltje op de binnenflap, wist ik dat ik er iets mee te maken had. Ik stak haar in mijn tas, en nam haar overal mee om haar toevallig boven te halen. Op de trein bijvoorbeeld. “Tiens, wat ben je daar aan het lezen?” “Oh, iets van mezelf, toevallig…”
Nee, het went niet. Ook bij nummer zes niet. Het blijft een verrassing en een verbazing en een verwondering en een verrijking en een verdorie nog aan toe. En zo wil ik dat het liefst houden ook. De dag dat een boek routine wordt, stop ik ermee en ga ik eindelijk bonsais kweken of ikebana doen. Of nee, een TV kopen. Zo een met 357 posten en twintig zappers waar nooit iets op is. Dat zal snel wennen. February 29 Slapen met wolfjes - voor Misha D
Misha Defonseca, zo noemde ze zichzelf. Met zo’n naam moet je ooit het nieuws halen, zeker als je bekent je dat je je jeugd toch niet tussen de wolven te hebben doorgebracht. Ik kende de dame van haar noch pluimen, tot ik haar als item 12 van het middagnieuws vermeld hoorde, tussen de eeuwigdurende regeringsperikelen en de aankondiging van twee depressieve gedachten en drie druppels lente door. De auteur had de succesroman over haar wonderlijke jeugd tussen de wolven verzonnen, wist de nieuwsdame te vertellen, en daar had ze zich nu uitgebreid voor verontschuldigd. Want miljoenen mensen hadden haar geloofd, dat ze het echt had meegemaakt, dat van die wolven. In Frankrijk. Waarmee ik niets wil zeggen. Ze heet bovendien gewoon Monique Dinges, werd er droogjes aan toe gevoegd alsof dat alles verklaarde. Moniek Dinges tussen de wolven, nee, nee, nee. Geef toe, dat past als een tang op een varken, om nog eens een schone uitdrukking van ons moeder zaliger vanonder het stof te halen. Eerst te zot en dan te bot, dat was ook een van ons moeders favorieten, tot grote ergernis van ons, kinderen, want dat waren we, zot en dan bot en dan was het om zeep. Vooral als ’t hard waaide of bij volle maan als de wolfjes in ons hoofd van jetje gaven. De wolfjes, die zaten dus ook in het hoofd van die in Frankrijk gevierde auteur die nood had aan escapisme, om alle soorten redenen beter bekend bij haarzelf, en dat zo goed deed dat ze er succes mee had. Met dit blogje wil ik haar even een hart onder de riem steken, vice versa mag ook indien ze daar meer mee gediend is. Ik ben voor. Voor vervalste biografieën. Ik beloof plechtig dat als ik er ooit een schrijf, die onder een wonderlijke schuilnaam de wereld zal ingestuurd worden en bol zal staan van de onwaarheden, overdrijvingen, waanzinnen en andere heerlijkheden waarmee ik me eens goed zal laten gaan. Stijl Defonseca als het ware. Waarom ook niet? Is er een onder u, waarde lezers, die kan beweren zich iets precies te herinneren? Precies zoals het was? Daar de hand voor in het vuur durft te steken? Confrontatie met getuigen durft aan te gaan? Wie van u durft te bekennen nog nooit aan geschiedvervalsing te hebben gedaan? Laat dat madammeke toch, als ze een schoon boek geschreven heeft, dat is toch al een prestatie op zich? En wat dan nog, dat ze zei dat het echt was, dat maakt het des te appetijtelijker. En trouwens, wie zegt dat het niet echt was, ergens, in een of andere werkelijkheid? Als ik schrijf, is het ook echt, verdomd echt, echter dan echt. Als ik morgen Lowyse Adornes tegenkom, het hoofdpersonage uit mijn nieuwe roman Onrustvlinder, zal ik er heus niet van opkijken. Och ja, da’s waar ook, die heeft echt bestaan. En alles wat ze in mijn boek meemaakt is vanzelfsprekend historisch verantwoord. Of toch niet? Dat moet ik haar toch eens vragen.
February 25 boekbespraaktHmm, er wordt weer heel wat boekbesproken merk ik! Ik herinner me mijn eigen boekbespreekdagen en ben één en al mededogen. Niets zo enerverend immers om te maken als een boekbespreking mét samenvatting mét thema mét hoofdpersonages mét hoe mét waarom mét originele beoordeling mét citaat van de auteur. Dat laatste zou niet al te moeilijk mogen zijn, beste vrienden schoolgaande jeugd. Edoch, om de originaliteit van jullie werken te verhogen wens ik hier en nu over te gaan tot een korte retrospectie. Zes boeken heb ik reeds gepubliceerd, of toch bijna reeds, nog een paar weken geduld voor de jongste telg er is. Even mezelf ondervragen over het waarom van elk boek.
- Beste Anna, waarom elk boek? - Welnu, ik ben blij dat ik mij deze vraag stel, want die had ik dolgraag eens beantwoord, dus dat komt goed uit. - Goed, vertel eens over je eerste boek: Het ontbrekende portret. - Mijn eerste boek, daar ben ik aan begonnen omdat ik ontdekt had dat sommige auteurs dan wel best fijne boeken konden schrijven, maar in werkelijkheid heel oninteressante kwibussen waren, of nog erger: enge engerds. Dat vond ik een raar fenomeen waarover ik wenste te berichten. Dus liet ik een meisje, Kaat, kennismaken met haar favoriete auteur. En dat ging mis, supermis. Was me dat een rotvent zeg. Dus ging Kaat op onderzoek en ontdekte wat er met die man aan de hand was. - Aha, mogen we stellen dat er een waarheidsgetrouw trekje in dat boek zit? Wie is die enge auteur? - Hoe bedoelt u? Volgende vraag, graag! - Eh, tweede boek dan maar, over David. - Het geheim van David, daarvoor vond ik mijn inspiratie in de krant. Er stond een artikeltje over een Amerikaanse jongen die zijn vader per ongeluk had doodgeschoten. Dat vond ik zo straf, dat ik er een boek over wou schrijven. - Maar de vader van David in jouw boek sterft niet? - Nee, het boek is net iets minder dramatisch dan de werkelijkheid. Zoals zo vaak. In die periode werd mijn papa geopereerd aan zijn hart en kreeg hij een pacemaker, dus dat element heb ik ook in mijn boek gebruikt. En bovendien had ik heel speciale buren, dus die zorgden ook voor een overvloed aan inspiratie. - Dus je huidige buren kunnen maar beter oppassen? - Die loeien en mekkeren en hinniken alleen maar…. Zal ik over boek drie vertellen? - Goudmens? - Toen eraan begon, had ik net een wolk van een dochter gekregen. En opeens begon ik me razend veel zorgen te maken over de staat van de wereld. (Nog altijd overigens, maar dat tussen haakjes) Ik bedacht een ideale wereld, of tenminste, dat was de bedoeling. Een wereld met Natuur er in, in overvloed, zonder TV, auto’s, school, allemaal dingen waarvan ik niet meteen het nut inzie. En iedere keer als we over de autostrade reden (nog zo’n vreselijke uitvinding), dan stelde ik me voor hoe die er zou uitzien zonder auto’s erop: een desolate betonvlakte waarvan niemand zich zou kunnen voorstellen waarvoor die ooit gediend heeft. - En toen kwam Yaka Mama. - Dat boek hangt natuurlijk helemaal samen met mijn eigen koloniale verleden, of beter: het gebrek eraan, want ik ben alleen maar in Belgisch Congo verwekt, en er zelfs niet meer geboren omdat de onafhankelijkheid ertussen gekomen is. Dat vond ik heel vervelend want mijn ouders en zussen spraken over Congo als over een verloren paradijs. Dus daar wilde ik al heel mijn leven weer naartoe. Omdat zoiets in werkelijkheid onmogelijk was, moest ik er wel een boek over schrijven. Het was mijn eerste historische roman en dat was niet simpel, verdorie! Zoveel feiten en beperkingen om mee rekening te houden. Mijn personages konden helemaal niet doen waar ze zin in hadden en daar konden ze niet mee lachen. - Wilde lucht, vier jaar na Yaka Mama? Een moeilijke bevalling? - Het boek zelf was er snel, maar die heuse soundtrack erbij, dat vergde wel een hele inspanning. - Was het de moeite waard? - Ik heb nog altijd het gevoel dat Roel van Veldt - de componist - en ikzelf hiermee een echte krachtsinspanning van jewelste hebben geleverd om dat avontuur tot een goed einde te brengen. Na Yaka Mama wou ik weer eens een hedendaags verhaal vertellen, iets met veel liefde en veel muziek erin. Mijn inspiratiebron hier was Jeff Buckley, een heel talentvol muzikant die slechte één plaat had uitgebracht voor hij verongelukte, ondertussen al meer dan tien jaar geleden. Alleen kreeg ik alle aspecten van zijn karakter niet in één persoon, en moest er twee van maken. Daar kon niet anders dan heibel van komen voor mijn hoofdpersonage Lia, die van geen hout meer pijlen wist te maken toen ze op allebei verliefd werd. Ik had echt met haar te doen. Maar ik denk dat het uiteindelijk toch goed is gekomen met haar. - En je laatste? - Ah, Onrustvlinder…Het onderwerp daarvoor heb ik aan zuster Kristina te danken, de archivaris van de St-Trudoabdij van Male. Zij stelde me aan Lowyse Adornes voor, een vijftiende-eeuwse nonnetje, die op haar twaalfde het klooster in moest. - Een religieuze roman? - Ja hoor! Er wordt flink wat afgebeden! Nee, serieus, wat Lowyse meemaakt in Onrustvlinder, dat is een heuse thriller waar je haren van overeind komen. - Dank je, Anna. - Geen dank, Anna, ’t was me een waar genoegen. - Mij ook. - En mijn volgende boek, wat wordt dat? - Ah, laat dat nog een mysterie blijven, ook voor mezelf…
|